Hoe starten en eindigen in een sprint ?

Andre Heijstek, directeur bij Valueminds:

‘De oprichters van Scrum geven het regelmatig aan: de regels van Scrum zijn eenvoudig, maar het goed toepassen van Scrum is een hele klus. Bij een van mijn klanten heb ik een Scrum training gegeven en het team gecoacht met de start van sprint 1. De agenda van sprint 1 was als volgt:

09:00 uur – DEMO

Wie is hier leidend? De Product Owner

De developers moeten alles inchecken en bouwen. Vervolgens kan de Product Owner één voor één de User Stories van het scrum board nemen en de tests uitvoeren die op de achterkant staan. Zeker in de eerste sprint is het goed om bij te houden wat er fout gaat, bijvoorbeeld op de Task post-its, maar het is ook belangrijk om complimenten te geven voor alles wat goed gaat.

Wanneer je kleine foutjes tegenkomt, zaken die bijvoorbeeld 10 minuten duren om op te lossen, kan je deze tussendoor oplossen. Maar wanneer je tegen grotere punten aanloopt, schuif je deze door naar sprint 2. Dit worden losse taken die alleen maar uren kosten, maar deze leveren geen story points op: ze gaan ten koste van de velocity. Wanneer een story helemaal faalt, wordt dit een uitzondering. De hele story moet dan worden doorgeschoven naar sprint 2. Maar deze story telt dan weer niet mee voor de behaalde velocity van sprint 1. Je hebt gemiddeld 1 a 2 uur nodig voor de demo.

11:00 uur – RETROSPECTIVE

Wie is hier leidend? De Scrum Master

Na de demo is het tijd voor de retrospective. De scrum master vraagt dan alle leden van het team om feedback op de eerste sprint. Dit kan in de vorm van:

  • Wat ging goed en wat moeten we de volgende sprint net zo doen?
  • Wat ging niet goed en waar moeten we mee stoppen?
  • Welke nieuwe dingen zouden we de volgende sprint kunnen starten?

Dit stuk van de retrospective moet kort en concreet blijven en wat hieruit komt moet tijdens de volgende sprint meteen toegepast worden. Dit hoeft geen hele lijst te zijn: 3 puntjes is genoeg.

Ik gebruik hier zelf altijd post-its voor. Aan het begin van de sessie stel je de bovenstaande vragen, vervolgens geef je iedereen even de tijd om voor zichzelf een paar post-its te schrijven, en dan plakken we ze op een sheet. Je maakt dan drie kolommen voor de drie vragen, en daarna start de bespreking.

Het team kiest de dingen die we meenemen in de volgende sprint. De punten worden goed zichtbaar opgehangen op het scrum board. Dit duurt normaal gesproken niet langer dan 30 minuten, en vaak zet ik hier graag een eindtijd op. Maar in de eerste sprint kan je hier iets meer tijd voor nemen.

12:00 uur – LUNCH

13:00 uur – SPRINT PLANNING 1 van SPRINT 2

Wie is hier leidend? De Product Owner

De product owner beschrijft de User Stories die hij graag in de volgende sprint gebouwd ziet worden. Het team bspreekt deze op functioneel niveau. Technisch niveau komt later. Als alle stories functioneel duideljik zijn, is deze fase klaar.

14:30 uur – SPRINT PLANNING 2 van SPRINT 2

Wie is hier leidend? Het development team

Nu is het tijd om voor iedere story een technische oplossing te bedenken. Hier worden taken voor aangemaakt. Eventueel kunnen stories opnieuw gepokerd worden. Taken kunnen worden ingeschat in uren.

Dit is de basis. Nu is het tijd om met het team een inschatting van de velocity voor de volgende sprint te maken. De basis hiervan is de velocity van sprint 1 (wat is echt gehaald?) en verdere informatie (bijvoorbeeld het feit dat we nu een sprint van drie weken doen en de vakantie van één van de teamleden).

Nu de velocity en de story points duidelijk zijn, kan de PO bepalen welke stories in deze sprint komen en ook in welke volgorde ze komen te staan. Dan is het tijd om het ScrumBoard weer te vullen en dan kan sprint 2 starten!

16:00 uur – CLEANUP SPRINT 1

Nog even de tijd om de kleine foutjes die in de demo gevonden zijn, op te lossen.’