De Daily Scrum (ook bekend als de daily standup, of soms als de huddle)

André Heijstek, directeur van Valueminds:

Het lijkt de makkelijkste meeting in Scrum. Teamleden op een rijtje, iedereen beantwoord om de beurt de 3 standaard vragen: wat heb je gisteren gedaan, wat ga je vandaag doen en zijn er nog blokkades? En daarmee is het klaar. Een kind kan de was doen. Toch?

Toch zie ik veel daily scrums (ik houd me maar aan de officiële benaming) die veel beter kunnen.

De meest vervelende variant vind ik die waar iedereen alleen maar heel kort de vragen beantwoordt en er verder geen interactie is.

“Ik heb gisteren gewerkt aan story 3123. Die maak ik zo af en dan begin ik denk ik aan story 3234, en er zijn geen blokkades”.

Zo’n meeting kan in 3 minuten afgelopen zijn en ik heb zelfs wel scrum masters gehoord die trots vertelden dat hun team echt geen 15 minuten nodig had voor de meeting.

Naar mijn mening zijn dit 3 minuten tijdsverspilling. Het doel van de daily scrum is om elke dag weer het beste plan te maken om deze sprint tot een succes te maken. Het begin van het plan is gemaakt tijdens de sprint planning, maar elke dag krijgen we nieuwe inzichten (deels op basis van “wat heb je gisteren gedaan”) en op basis van die inzichten kunnen we hopelijk slimmer verder gaan. Ik verwacht tijdens de daily scrum een hoop interactie tussen de teamleden. Iets als “ik heb hieraan gewerkt, en dat raakt jouw stuk, het zou handig zijn als jij jouw API nog iets aanpast zodat ik mooiere code kan schrijven”. Of “dit was echt een lastig ding om te maken, let hier alsjeblieft heel goed op tijdens het testen”.

Wat je ook vaak ziet is dat teamleden met heel verschillende dingen bezig zijn en daardoor nauwelijks interactie kunnen hebben. Sommigen werken aan de front-end, anderen aan de back-end, sommigen ontwikkelen, anderen testen. Sommigen werken aan item 1, anderen aan item 3. En dus is er vaak nauwelijks interesse in wat de ander doet.

Dit symptoom dat tijdens de daily scrum zichtbaar wordt heeft een oorzaak buiten de daily scrum. Het team is te weinig multi-disciplinair, en/of iedereen werkt aan een ander backlog-item.

Dit laatste probleem is relatief gemakkelijk op te lossen. Zorg ervoor, tijdens de sprint planning, dat er een sprint backlog ontstaat die gesorteerd is op belangrijkheid. De belangrijkste items staan bovenaan, de minst belangrijke onderaan. Als team moeten we er in ieder geval voor zorgen dat de bovenste items af komen deze sprint. Als de onderste niet af komt is dat een beetje jammer, maar niet echt een probleem.

Swarming

Om nu te zorgen dat de bovenste items echt af komen moeten we met zoveel mogelijk mensen als praktisch haalbaar is gaan werken aan item nummer 1. Dat wordt ook wel swarming genoemd. We zwermen samen rond een item. De een pakt de front-end taken op, de ander de back-end, iemand werkt aan de automatische tests, etc. Als je zo werkt wordt de daily scrum veel interessanter. Want nu werken we allemaal aan hetzelfde doel. Hopelijk leidt dit er ook toe dat we ongeveer elke dag 1 item kunnen opleveren.

In de daily scrum kan je dit gedrag stimuleren door niet een ‘rondje langs de mensen’ te maken, maar door het bord te volgen. Begin de daily scrum met item #1, vraag wie daar gisteren aan gewerkt heeft, wie daar vandaag aan gaat werken, en wat ons tegenhoudt om dit item vandaag af te krijgen. Ga daarna door met item #2, en zo verder totdat de 15 minuten om zijn. Items die lager op de sprint backlog staan komen niet aan bod, maar dat geeft ook niet want ze zijn nu toch nog niet belangrijk. Mensen die toch wel werken aan items die laag staan moeten door het team daarop aangesproken worden.

Zijn dit herkenbare punten? Of zijn er andere dingen die jullie zien gebeuren? Laat maar eens horen!’