Commentaar bij de Scrum Guide, versie november 2017

Kijk hier voor de vorige blogpost. Na de inleiding wordt de fundamentele theorie onder het Scrum framework behandeld. Het gaat hier in de kern om Empirisch werken: transparency-inspect-adapt.

Scrum guide

Scrum Theory

Scrum is founded on empirical process control theory, or empiricism. Empiricism asserts that knowledge comes from experience and making decisions based on what is known. Scrum employs an iterative, incremental approach to optimize predictability and control risk. Three pillars uphold every implementation of empirical process control: transparency, inspection, and adaptation.

Transparency

Significant aspects of the process must be visible to those responsible for the outcome. Transparency requires those aspects be defined by a common standard so observers share a common understanding of what is being seen.

For example:

  • A common language referring to the process must be shared by all participants; and,
  • Those performing the work and those inspecting the resulting increment must share a common definition of “Done”.

Inspection

Scrum users must frequently inspect Scrum artifacts and progress toward a Sprint Goal to detect undesirable variances. Their inspection should not be so frequent that inspection gets in the way of the work. Inspections are most beneficial when diligently performed by skilled inspectors at the point of work.

Adaptation

If an inspector determines that one or more aspects of a process deviate outside acceptable limits, and that the resulting product will be unacceptable, the process or the material being processed must be adjusted. An adjustment must be made as soon as possible to minimize further deviation.

Scrum prescribes four formal events for inspection and adaptation, as described in the Scrum Events section of this document:

  • Sprint Planning
  • Daily Scrum
  • Sprint Review
  • Sprint Retrospective

Commentaar

Fundamenteel voor Scrum is de empirische aanpak.

Wikipedia omschrijft dit als volgt:

Empirisch onderzoek omvat elke wetenschappelijke onderzoeksactiviteit die directe, eigen waarnemingen gebruikt. […]

Het principe van het empirisme is de inductie.

[…]

Vertaald naar Scrum betekent dit dus het volgende:

  • Je begint met waarnemingen. De belangrijkste waarneming naar mijn mening is in de Sprint Review. Je toont je werkende product aan een klant/gebruiker/stakeholder en vraagt om feedback. We hebben gebouwd wat je vroeg in de Sprint Planning. Hebben we elkaar werkelijk goed begrepen? Leveren we hiermee de waarde op die je verwachtte?
    Daarnaast kan je in Scrum op veel andere terreinen waarnemen, daar kom ik later wel op terug.
  • Op basis van die waarneming formuleer je een wetmatigheid. “Als de klant om een gat in de muur vraagt, dan bedoelt hij eigenlijk dat er een schilderij opgehangen moet worden.”
  • We stellen een hypothese op: “zou het ook mogelijk zijn om dat schilderij met lagere kosten en schade aan de muur op te hangen, zodat de klant èn zijn waarde krijgt èn wij dit tegen lagere kosten kunnen uitvoeren?”
  • En in de volgende sprint doen we een nieuw experiment en vinden dan meer uit over de echt vraag-achter-de-vraag van de klant

Waarnemen wordt mogelijk gemaakt door transparency. Diverse events en artefacts in Scrum zorgen voor zichtbaarheid.

  • De Daily Scrum geeft zichtbaarheid in het nu. Waar staan we? Wat is af en wat nog niet? Wie is waar mee bezig? Waar lopen we tegen problemen aan?
  • De Sprint Planning geeft zichtbaarheid in de aanpak die we kiezen voor deze sprint. Wat gaan we doen? Wie pakt wat op? Waar moeten we samenwerken met andere teams?
  • De Sprint Review geeft zichtbaarheid in het Product Increment. Welk nieuw stukje product is er af?

De zichtbaarheid geeft ons de mogelijkheid te kijken wat er precies speelt: inspect.

En als we dat weten kunnen we bijsturen: adapt.